Wanneer er een vermoeden is van motorische problemen of een motorische (ontwikkelings)achterstand, zal de kinderoefentherapeut eerst een motorisch onderzoek en observatie afnemen. Tijdens het onderzoek krijgt de kinderoefentherapeut inzicht in het motorisch functioneren van het kind. Hierbij wordt een indruk verkregen van: het evenwicht, de grove motoriek, ooghandcoördinatie, fijne motoriek, schrijfmotoriek/ voorwaarden, ruimtelijke oriëntatie en lichaamsschema. De resultaten van het onderzoek worden in het verslag beschreven waarna de kinderoefentherapeutische diagnose volgt met een prognose voor eventuele therapie. Tijdens de therapie maakt de kinderoefentherapeut gebruik van allerlei spelvormen en –materialen om het kind de vaardigheden spelenderwijs eigen te laten maken.

watdoet-kotzeeland